Vrije tijd

“Hoe is het?” “Ah goed, druk hè.” “Ja? allee da’s goed, dan weet ge wat doen hè.  Oké, oei ik ben door, ik zie dat ik mij moet haasten. ’t Beste nog hè.” “Ja, salut, totdat we elkaar nog ’s zien hè.”

“Druk” is het toverwoord. Je moet het druk hebben. Met werk, hobby’s, familie, de kinderen, de ouders, interessante reizen, boeiende projecten, toffe cursussen – of waar hebben mensen het toch allemaal druk mee. Drukte is vaak realiteit: er wordt aan alle kanten aan ons getrokken. Werk vergt veel, moet steeds sneller met minder personeel en meer deadlines. Families zijn ingewikkelder geworden, ouders worden ouder, kinderen moeten meer. En in je vrije tijd houd je je bezig met activiteiten waarover je dan weer boeiende conversaties kunt houden als je snel nog even een barbecue voor de buren organiseert.

Vrije tijd?

Algoed dat het binnenkort vakantie is. Dan gaan de riemen eraf en liggen we aan de rand van een zwembad in een oord waar all-in voor ons gezorgd wordt. We slepen dikke detectiveromans mee die we vervolgens niet opendoen en we zetten foto’s op Facebook, want onze kennissen moeten toch weten hoe paradijselijk we het daar hebben.

Hoe vrij zijn we?

Misschien is niet alles wat ik nu noem voor iedereen herkenbaar. Niet iedereen boekt een all-in of heeft kinderen of werk. Maar hoe komt het toch dat “druk” wel het meest gebruikte woord is in antwoorden op de (vluchtige) vraag hoe het met ons is? Wat als je thuis zit voor een paar maanden met een burn-out? Wat als je je werk kwijt bent of een langdurige ziekte moet doorstaan? Zwijgen we dan beschaamd als mensen die daar niet van op de hoogte zijn ons die vraag stellen? Als onze vrije tijd al slechts gespreksonderwerp mag zijn als die boeiend of benijdenswaardig genoeg is ingevuld, hoe zit het dan met noodgedwongen vrijgekomen tijd? Hoe vrij zijn we om te zeggen dat we het niét druk hebben?

Is dat in de kerk anders? Integendeel. Protestantisme propageert genade zonder verdienste. Met goede werken kun je de hemel niet verdienen, zeggen we. Het lijkt er anders wel op. Dominees hebben het druk. Indien niet met hun (verminderde) kerkvolk, dan toch met hun neven- en bovenplaatselijke activiteiten. Ook vrijwilligers doen veel. In elke kerk zijn het te weinig schouders die jarenlang hetzelfde werk blijven dragen. Er wordt hard gewerkt in de kerk. Maar waarvoor? En waarom? Waartoe die activiteiten? Kunnen er sommige anders worden aangepakt? Of samen? Of niet?

Is veel van onze drukte niet drukdoenerij waar de wereld om ons heen niet echt beter van wordt? En doen we niet aan drukdoenerij omdat we het toch niet niet-druk mogen hebben? Als je bij de kerk hoort, moet je je ervoor inzetten. “Iemand moet het toch doen.” Dat is zo. Het zijn wel altijd dezelfden die dit zeggen. Omdat ze niet anders durven.

En zelfs als je enkel naar de kerk komt wanneer het uitkomt en je verder niet actief bent, en je wordt hierop bevraagd, voer je aan dat je het “toch zo druk hebt met zoveel andere dingen”.

Drukte is de nieuwe religie geworden, binnen èn buiten de kerk. Of misschien is drukdoenerij wel de oudste religie die er is. Om de goden gunstig te stemmen. Om je lot te bezweren. Om je hemel, lees: je bestaansrecht te verdienen. Je goedkeuring ook, namelijk bij wie daarmee als een god voor je worden. “De familie”. “De mensen”. “Iedereen”. “Het geloof”.

Al in 1974 schreef de toen bekende dominee Okke Jager een boek met de intrigerende titel “Bevrijde tijd”. Hij beschreef de overgang van prestatiecultuur naar vrijetijdscultuur. In de veertig jaar na het verschijnen van zijn boek is vrije tijd altijd belangrijker geworden, maar prestatiedwang ook. Geen overgang dus, maar een parallelle intensivering van de druk op prestatie èn vrije tijd. Maar ds. Jager opende kerkmensen er al vroeg de ogen voor dat vrije tijd geen vrije tijd meer is. Zelfs in onze drang om te genieten worden we opgejaagd. Je moet alles gezien, ervaren, beleefd hebben. Je moet alles hebben en alles zijn. Ook de kerk is een vrijetijdsoptie geworden, al evenzeer besmet door bijbehorende betekenissen: wat je er doet of ervaart moet de moeite waard zijn. Je moet er iets aan hebben.

En dat terwijl de bijbel al van op bladzijde 1 de sabbat meegeeft: sabbat, ophouden, betekent dat letterlijk. Zelfs God wist van ophouden. Ophouden is loslaten, leven uit vertrouwen en belofte van vervulling. Vrije tijd is bevrijde tijd, leef-tijd, leven uit de bevrijding van alle onderdrukking. Die bevrijding zet alle tijd en bezigheid in een ander licht.

Ik durf soms al ’s zeggen dat ik het niet druk heb. Voilà, nu zelfs online. Hoe durf ik. Ben ik nu slecht? Minderwaardig? Nutteloos? Oninteressant? Wat zou het.

Liever leef ik als een bevrijd mens, vertrouwend op wat elke dag op mij afkomt. Het hele leven is opdracht en geschenk, moeten aangaan en hiertoe in staat gesteld worden, moeite en groei. Woestijn en dagelijks brood. Zo leven verlost mij van mijn ego dat zo hunkert naar goedkeuring. Doodeng, maar pas dan komt er werkelijk ruimte vrij voor mensen en in mensen voor God. Bevrijde tijd is vervulde tijd. Ik verveel me geen moment.

Petra Schipper

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s