De vreemdeling bedreigt mijn religie

We denken kort door de bocht dat Europa eeuwenlang een monolithisch christelijk continent is geweest. Met voorbijzien aan hele tijden van vruchtbaar samenleven in diversiteit benadrukt onze geschiedschrijving vooral de dreiging van en de clashes met de Turken, Moren en joden. Volksverhuizingen worden graag vergeten. Europa is “van ons”, is “stabiel” en moet dat blijven. Los van de historische onjuistheid en absurditeit van deze gedachtegang interesseert mij vooral de morele kwalijkheid en vooral de existentiële zinloosheid ervan.

Vreemdelingen bedreigen mijn religie – en dat is maar goed ook. Want religie is inherent te wantrouwen gebleken.

“De wereld kan zich de luxe van onvoorwaardelijk geloof, dat een heidens geloof is en een bijna universeel kenmerk van religie, niet langer veroorloven. Want een dergelijk geloof is een voedingsbron voor fanatisme en leidt tot ontmenselijking van slachtoffers. Het enige authentieke geloof is een geloof dat vragen stelt… in naam van de menselijke waardigheid.”[1]

“Religie die gehoorzaamheid eist is afgoderij. De levende God zoekt de discussie die ons bevestigt in onze waardigheid en die ons vraagt hetzelfde te doen voor anderen. Anderen worden ons leven binnen gestuurd als uitnodiging tot zelf-transcendentie. Dit is de ware toetssteen van authentiek geloof.”[2]

Inspirerende woorden van Darrell Fasching uit 1992 die alleen maar aan kracht en actualiteit winnen. Ze gelden voor iedereen, maar we hebben slechts onze eigen attitude in de hand.

Authenticiteit. Of scherper: geloofwaardigheid. Laat dat het onrustwekkende, nooit te voltooien criterium zijn in ons denken, geloven en doen. Daar zal de vreemdeling mij bij helpen, alleen al door zijn of haar aanwezigheid. De vreemdeling als archetype van de bedreiger van mijn stabiliteit, de uitdager van mijn gelijksoortigheid. Die komt mijn wereld binnen en dan moet ik er wel iets mee, ik kan niet langer om hem en haar heen. Ik moet mijzelf transcenderen of ik ga wezenlijk dood. Zo is de vreemdeling mogelijk levenbrenger.

Wat ik ook beweer, bid of doe, het zal pas betekenis krijgen als ik er evenzeer als mijn eigen menswaardigheid die van mensen buiten mijn comfortzone recht mee doe. En vooral als ik er de ontrechten van deze aarde mee in de ogen kan zien. Anders is elk woord en zelfs elke daad gratuite non-sense. “Er zou geen stelling, theologisch of anderszins, verkondigd mogen worden, die niet geloofwaardig zou zijn tegenover de brandende kinderen.”[3] Kinderen worden niet alleen in Auschwitz en Hiroshima, maar nog dagelijks verbrand, letterlijk en figuurlijk, in oorlogen, in centra voor illegalen, door seksuele uitbuiting, psychologische terreur, huiselijk geweld. De gruwel van het kwaad moet op z’n minst ons gebed, onze gemoedsrust wakker houden. Enkel in de worsteling over het kwaad tegenover en in ons[4]  zien we eerlijk de toekomst tegemoet.

 Petra Schipper

 

[1] Darrell J. Fasching, Vreemdeling na Auschwitz. Een nieuwe narratieve inzet in de christelijke ethiek, De Horstink Zoetermeer, 1995 , p.63

[2] idem, samengevat van p. 116.

[3] Irvin Greenberg, geciteerd door Fasching, idem, p. 39.

[4] zie de bijbelse verhalen over Jacob, Genesis 32, en over Job

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s